Belangrijkste wijzigingen belastingen per 1 januari 2017

Nadat de Eerste Kamer deze week instemde met het Belastingplan 2017, heeft het ministerie van Financiën in het eindejaarsbericht de belangrijkste (cijfermatige) wijzigingen in de rijksbelastingen per 1 januari 2017 gepubliceerd. Hieronder benoemen we een aantal van deze wijzigingen per onderwerp.

Inkomstenbelasting
Tarieven box 1

Tarieven-box-1.png

Vrijgestelde beleggingsinstelling box 2

Er zijn drie maatregelen die het minder aantrekkelijk maken om via box 2 in een vrijgestelde beleggingsinstelling (vbi) te beleggen. Allereerst moet voortaan in box 2 worden afgerekend over een eventuele positieve aanmerkelijkbelangclaim als het lichaam waarop dit aanmerkelijk belang ziet de vbi-status verkrijgt. Deze maatregel treedt in werking met terugwerkende kracht tot en met Prinsjesdag 2016. Ten tweede wordt box 3-vermogen dat ondergebracht wordt in een vbi niet alleen belast in box 2, maar ook in box 3 als dit vermogen binnen 18 maanden weer terugkomt naar box 3. Er is wel een tegenbewijsregeling, waardoor deze maatregel niet geldt als de belastingplichtige doet blijken dat er een zakelijke reden was om het vermogen binnen 18 maanden weer terug te halen naar box 3. Tot slot wordt het forfaitaire voordeel dat jaarlijks in box 2 in aanmerking wordt genomen over de waarde in het economische verkeer van het aanmerkelijk belang gelijk gesteld aan het voor dat jaar geldende percentage van de hoogste schijf voor het forfaitaire rendement van box 3.

Box 3: heffingvrij vermogen

Vanaf 1 januari 2017 verandert de forfaitaire bepaling van het inkomen uit vermogen (box 3). Hiervoor wordt de grondslag sparen en beleggen in box 3 toegerekend aan een spaardeel en een beleggingsdeel. De grondslag sparen en beleggen is de rendementsgrondslag verminderd met het heffingvrije vermogen. Voor de toerekening wordt gebruik gemaakt van 3 vermogensschijven. Over het spaardeel en het beleggingsdeel wordt een forfaitair rendement van respectievelijk 1,63% en 5,39% in aanmerking genomen in box 3. Bij de berekening van het voordeel uit sparen en beleggen heeft een belastingplichtige recht op een heffingvrij vermogen van € 25.000 (2016: € 24.437). Indien de belastingplichtige het hele jaar dezelfde fiscale partner heeft dan geldt een gezamenlijk heffingvrij vermogen van € 50.000 (2016: € 48.874).

Loonbelasting
Minimumloon innovatieve dga

Vanaf 1 januari 2017 hoeft het belastbare loon van directeur-grootaandeelhouders (dga’s) van innovatieve start-ups voor de toepassing van de gebruikelijkloonregeling niet op een hoger bedrag worden gesteld dan op het wettelijke minimumloon. Voor andere dga’s wordt het belastbare loon in beginsel ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:

  • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
  • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van hetzelfde bedrijf of van met het bedrijf verbonden bedrijven;
  • € 45.000.

Afschaffing jaarloonuitvraag

Per 1 januari 2017 wordt de jaarloonuitvraag afgeschaft. Dat betekent dat jaarloongegevens over 2016 niet meer uitgevraagd kunnen worden.

S&O-afdrachtvermindering
Eindheffingsloon

Per 1 januari 2017 wordt het eindheffingsloon uitgesloten van het loonbegrip dat in het kader van de S&O-afdrachtvermindering wordt gehanteerd voor de berekening van het gemiddelde uurloon. Hiermee vindt aansluiting plaats bij de praktijk.

Schenk- en erfbelasting
Per 1 januari 2017 wordt de eenmalige vrijstelling voor de schenking van de eigen woning verruimd naar € 100.000 voor verkrijgers tussen 18 en 40 jaar. Deze vrijstelling kan onder voorwaarden gespreid over drie opeenvolgende jaren benut worden. De geschonken bedragen moeten uiterlijk in het tweede kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de eerste schenking is gedaan worden aangewend voor de eigen woning. De termijn voor het opleggen van de aanslag is met twee jaar verlengd en vastgesteld op vijf jaar.

Vrijstelling-schenkbelasting.png

Autobelastingen
Tarieven BPM

Het kabinet vermindert de CO₂-afhankelijkheid in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) voor conventionele personenauto’s door de vaste voet in de BPM te verhogen van € 175 tot € 353. De belastingdruk wordt in de schijven 0 en 1 verlaagd en in schijf 2 verhoogd. De tarieven in de BPM worden tevens zoals gebruikelijk aangepast aan de inflatie. De CO₂-grenzen voor de tariefschijven worden aangescherpt.

Voertuigen met een CO₂-uitstoot van 0 gr/km zullen tot en met 2020 worden vrijgesteld. Voor plug-in hybride personenauto’s gelden vanaf 1 januari 2017 in afwijking van de bestaande BPM-tarieven en -tariefschijven voor conventionele personenauto’s de volgende tarieven en schijven.

Bijtelling auto van de zaak

De bijtelling voor nieuwe auto’s gaat per 1 januari 2017 naar 22 procent. Alleen volledig elektrische auto’s krijgen een extra stimulans door een milieugerelateerde korting van 18%-punt.

Vennootschapsbelasting en dividendbelasting
Innovatiebox

De innovatiebox wordt aangepast. De winst die samenhangt met speur- en ontwikkelingswerk (S&O) die bedrijven uitbesteden aan andere onderdelen van het concern komt niet meer in aanmerking voor een belastingvoordeel.

Wijziging van enkele specifieke renteaftrekbeperkingen

De overnameholdingbepaling wordt vanaf 1 januari 2017 op de volgende punten aangepast:

  • De overnameholdingbepaling wordt aangescherpt. Hierdoor vallen ook overnameschulden die verplaatst worden naar het niveau van de overgenomen vennootschap door middel van een zogeheten ‘debt-push down’, onder de reikwijdte van deze bepaling.
  • De termijn van zeven jaar, waarbinnen de financiering moet worden afgebouwd van ten hoogste 60% van de verkrijgingsprijs naar ten hoogste 25% van de verkrijgingsprijs, wordt aangescherpt. Hierdoor hoeft de termijn voor de afbouw van de maximale niet bovenmatige financiering niet telkens opnieuw aan te vangen.
  • Het eerbiedigende overgangsrecht is niet meer van toepassing in de specifieke situatie dat een overnameholding op of na 1 januari 2017 in een nieuwe fiscale eenheid met een andere moeder wordt opgenomen.
  • Het criterium van een samenwerkende groep wordt opgenomen in de renteaftrekbeperking gericht tegen winstdrainage.

Btw, accijns en verbruiksbelasting
Vereenvoudigingen teruggaafregeling oninbare vorderingen btw

De teruggaafregeling voor oninbare vorderingen wordt vereenvoudigd via de introductie van een éénjaarscriterium. Dit houdt in dat de ondernemer de reeds eerder door hem voldane btw kan terugclaimen, indien een vordering één jaar na opeisbaarheid van de vergoeding nog niet is betaald. Daarnaast wordt deze regeling verder vereenvoudigd door niet langer een separaat teruggaafverzoek te eisen van de ondernemer, tenzij deze ondernemer de vordering van een ander heeft overgenomen. De teruggaaf kan in de reguliere aangifte worden teruggeclaimd in het tijdvak dat de vordering oninbaar is geworden. Verder wordt de regeling vereenvoudigd door de indeplaatstredingsregeling. Hierdoor kunnen ondernemers die een vordering van een andere ondernemer overnemen, ook voor de teruggaafregeling in de plaats treden. Ook is overgangsrecht opgenomen voor vorderingen die opeisbaar zijn geworden vóór 1 januari 2017.

BRON:
Belangrijkste wijzigingen belastingen 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *